Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENC-ELPOEZ IJ. 3*7

Die keten moet van bloemen bloeien, Van vruchten, die Gods hcilgloed doov'!

En uw gezaligd huis doeri groeien Als Libans weeldrigst Cederloof! —

Ziet daar, 6 Ouders! Lieve fpraitenl Ziet daar mijn hart u uitgedord

Maar neen, die u dat hart zou uiten, Kwam ftem en ademtocht te kort.

Neen!— Harten, die in 't hart kunt dringen,

Zijt gij de tolken van bet mijn! Vervult mijn onvermogend zingen;

En — moge \ u geval lig zijn.

En gij, ö Luister onzer dagen, Van wie mijn toon begon, in wie hij einden moet» Wat heeft mijn hart u op tc dragen? — Wat heb ik, dan een handvol bloed? —

Gij echter kent dat hart volkomen, Dat hart in 't ongeval doorweekt!

. X 4 Dat

Sluiten