Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ROMANCES. 145

„ Een Priefter, die door fchijn van deugd

En ftrenge heiligheid, Zijns meesters hart gewonnen had,

Beging dit gruwzaam feit.

„ Een feestdag, als ik aan zijn kniên

Met diepen ootmoed bad, Belaagde hij mijn zuiverheid,

In dolheid uitgefpat.

„ Met d'affchrik van een fchuldloos hart

Wees ik het monfter af; Hief allen toegang voor hem op;

En dreigde hem zijn draf.

„ Straks wendt hij diepe wroeging voor,

En knielt en kruipt in 't dof; En fmcekt mij, dat ik 't feit verheel'

Voor 't honderdöogig Hof.

„ Onnoosle! door 't berouw geroerd,

Beloof ik 't; zwijg; vergeef! En ach! wat kost mij die gena!

Den ftaat, waar in ik leef. —-

K »De

Sluiten