Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t N ROMANCES. 147

„ Daar trekkc ik door de wildernis,

ln eindeloos geween, Naar % verr' gelegen Koningkrijk

Van , mijnen broeder heen.

„ En lang reeds kruiste ik land bij land

Met wagglend kruipen door; Wanneer ik in een eenzaam woud

Mijn* weg en hoop verloor.

„ De fchreeuwende arbeid greep mij aan*

. En wierp mij op den grond; En — niemand om mij bij te daan, Wanneer mijn fchoot ontbond. •

„ Zie daar me, in 't aakligdc aller ween, Dat naauw van dood verfcheelt,

Twee kindren van het hart gerukt, Huns vaders evenbeeld! —-

„ liet oudde knaapjen, blank als fnecüWj En fchoon als 't morgenlicht: •

Het jongde, gants met hair bedekt, En van een norsch gezicht.- —■

K a 5j Maar"

Sluiten