Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C S4 )

ftroomde , 't welk aan Mercuur gewijd wr.s, en waarin de Kooplieden, wanneer ze eikanderen met de Koopgoederen bedroogen en misleid hadden , zigreinigdeu om dien fmet, onderbegunstiging van Mercuur , af te wasfehen, gelijk zij ook de Koopwaaren, met eenLauwrier- tak, in dit water gedoopt, befproeiden. Vervolgens breidde zig de magt der Romeinen meêr en meêr uit, en de Volken, die zij overwonnen, • deelden zij ook hunne Godsdienstige plegtig- . heden mede , zo als dan ook de GennaaneH aan den dienst van Mercurius, ouder den Egyptifchen naam van Thoth of Thaut, van waar men hunnen naam Theutfchen afleidt, voornaamelijk gehegt waren, wien zij zelfs in hunne bosfehen menfchen deeden offeren; immers als men Tacitusgeloovenmag,welke in zijn boek over de zeden der Germaanen, na de keurige vertaalinge van den Grooten Ridder P. C. Hooft , aldus fpreekt: „boven alle Goden eeren zij Mercurius , aan den ,, welken zij ook, op zekere dagen, geöor,, loofd achten te offeren,met menfchen flach,, ting", en van de zuilen, welke de Romeinen op de wegen plaatften, en Hermesfen na hunne Mercurius Hoofden noemden, maakten de oude Duitfche Volken hunnen afgodIrmenm feul en Heerman, welke woorden met die van fïertnes • zuil en Hermes, alhoewel zemmigen

dien

Sluiten