Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 118 y

bouw beneerdijïd hadde, maar ook daadlijkde Scheepvaart op den Nijl, en vervolgens op de Roode zee oefende en uitbreidde: edoch van geene der Oude Volken vinden wij omtrent de vordring van Handel , Zeevaart en Kuuften met zo veel roem gewag gemaakt , als van de aloude Pbenicie'rs*

De Pbenisiërs, een Volk dat eene. onvruchtbaare Landdreek bewoonde, aan het Noordelijke gedeelte van de Middenlandfche Zee gelegen, waren het eerde Volk, dat zich met grootere Vaartuigen , eenen weg door de golven baande ; en ftormen en onweêren, op de onbedendige Hoofdftoffe des Waters dorst tarten.

In het eerst begonnen gij hunne onderneemingen , met langs de kusten te vaaren, dit gelukte aan deeze onderneemers; eerlang werden ze Mouter, en daaken dieper in Zee , ora Jiet geen de Natuur hen geweigerd hadt, bij, andere Volken te zoeken; de Rijkdommen die 'Koophandel en Zeevaart dit arbeidzaame Volk aanboden, deeden hen de voorkomende gevaa* zin weinig achten.

In Griekenland, Sicilïên en Sardinien, dichten zij Volkplantingen; het naderhand beïoemd geworden Carthago , was mede eene. Volkplanting van hun herkomdig. Zij bevoeren Kusten, van Spanjen en Jfrica tot in de

Straat;

Sluiten