is toegevoegd aan uw favorieten.

Idea fidei fratrum of Kort begrip der christelyke leer, in de euangelische broedergemeenten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

van de

GROOTE VERDORVENHEID der MENSCHEN.

S 5°-

U i t dezen gelukzaligen toeftand in welken God de menfehen gefchapen had, vervielen zy in de grootfte ellende door de zonde. Hunne zonde was de ongehoorzaming aan een eenig van God hun ge. geeven verbod, waar mede de bedreiging van eene doodsftraffe, indien zy zuiks niec nakwamen , nadrukkelyk verbonden was: zy aaten van den boom der kennisfe des goeds en des kwaads; daar God hun gezegd hadde, gy zult daarvan niet eeten'. Eva liec zich door de flange —waarvan § 57. nader gefproken word, verleiden welke haar Gods gebod verdacht maakte , en haar te gelyker tyd te verftaan gaf, ze zou de door 't eeten van'de vrucht van dien boom eerst recht verftandig, Ja God gelyk worden; voor den dood had zy niet te vreezen, zy zoude deswegen niet fterven.

Zoude iemand hierby denken: Is dan dat zoo eene groote zonde geweest, dat de menfch van de vrucht des booms, die midden in den hof ftond, gegeeten heeft? Heeft die zoo een zwaar oordeel des doods, 'c welk zich over 'c ganfche menlchelyke geflachc uitftrekt, verdiend? Zoo is 't antwoord: de ongehoorzaamheid aan God is eigentlyk de zonde (zie Rom. 5: 19.) en deze, ze mag in groote of kleine dingen plaats hebben, is op zich zelve eene affchuwelyke, verfcnrikKelyke zaak, 1 Sam. 15: 23. üerhalven is die gedachte: ei, dat en dat is maar eene kleinigheid, en zoo men ook

daar-