is toegevoegd aan uw favorieten.

De eer en het gezag der Formulieren van eenigheid en byzonder van den Heidelbergschen catechismus verdedigt, [...] in twee leerredenen volgens 2 Tim. I. 13.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 T I M. I. 13. 79

feilende. Hier toont het ons , onze diepe verdorvenheid. (Zond. II) het daalt af tot deszelfs oorfprongh en betreurt 'er de grootheid van (Zond. III) het verklaart ons, ftraffchuldig .voor den hoogen God, en gedoemt ten verderve (Zond. IV.)

Dan begint het ons een ftraal van hope op vcrlosfing te geven, en fpreckt met ons, over die blyde leer. Het ftelt ons voor, de noodzakelykheid van een' Middelaar by God (Zond. V.) Het vertoont ons de vereischten , die zulk een perfoonmoet hebben , zal Hy ons van onze ellende redden ; en doet ons dan die gewenschte maare verftaan, ,, er is een Verlos,, fer , Jezus Christus! dat is een getrouw „ woord! (Zond. VI) Maar, het is ook aller „ aannemenswaardigst, dit eischt zelfs ons be„ lang , want., willen wy door Hem Zalig „ worden , wy moeten in HEM geloven" (Zond. VIL)

Op dat dit geloof welgegrond en volledig zy, verklaart het opftel, moet de Christen de voorname leerftukkcn van den Godsdienst kenncn en voor waragtig houden. En dus gaat het over, (vr. 22) om die naar de bekende geloofslcuze der Apostelen te overwegen. Hier leert het den Christen den drieëenigen

God