is toegevoegd aan uw favorieten.

De eer en het gezag der Formulieren van eenigheid en byzonder van den Heidelbergschen catechismus verdedigt, [...] in twee leerredenen volgens 2 Tim. I. 13.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9*8 II. LEERREDE ovcr

toonen: i) men valt op het gezegde ZoncfJ XV. vr. 37. dat Christus den toorn van God tegen de zonden des gantfchen menschlyken gefiagts gedragen heeft: dan , behalven de oplosfin gen onzer voornaamfte Godgeleerden, dat of de Catechismus hier ziet op de uitverkorenen onder allerlei foort van menfcben , of deze uitdrukking gebruikt, om te kennen te geven, dat Christus den Regterlyken toorn van God gedragen heefc, en niet den Vaderlyken toorn Gods tegen zyne kinderen —- oplosfingen, die wy eerbiedig in baare waarde laten ; blykt het immers, uit vergelyking van het 20 en 54 antwoord , dat de Catechismus in dit ftuk waarlyk Schriftuurlyk dagt, geenzins leerde, dat Christus voor alle menfchen geleden heeft en geftorven is, en dat zyne woorden dus regtzinnig moeten opgevat en verftaan worden. ■— 2) Ook zou eene andere uitd ukking, in dit zelfde 37 antwoord, eenige bedenking' kunnen geven; te weten, dat Christus met zyn

lyden ons geregtigheid en dat eeuwige leven

verworven heeft; immers, niet zoo zeer zyne tydelyke, als wel zyne dadelyke gehoorzaamheid brengt ons geregtigheid en het leven aan. Dan hier moet men in aanmerking nemen , dat de oude Godgeleerden, offchoon zy geenszins de dadelyke gehoorzaamheid van Christus , als de oorzaak onzer wezenlyke geregtigheid en

Za-