is toegevoegd aan uw favorieten.

De eer en het gezag der Formulieren van eenigheid en byzonder van den Heidelbergschen catechismus verdedigt, [...] in twee leerredenen volgens 2 Tim. I. 13.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iog II. LEERREDE over

fchen heilzame verandering ten goede, vr. 88, fchynt een weinig duister; dan, behalven dat het de taal is des Bybels, word zy vr. 89 en 90. niet duidelyk opgeheldert, zoo dat ieder haar verftaan en vatten kan. — Voor het overige willen wy niet ontkennen, dat er op enkele plaatzen in den Catechismus eenige uitdrukkingen , voorkomen, die men , naar de thans aangenomen dcnkwyze en fpreekmanieren in de Godgeleerdheid, eèn weinig klaarder en naauvvkeuriger zou fchynen te mogen wenfehen; dan meest al is de rede hier van, de te weinige gemeenzaamheid met de fchriften en den denktrant der eerfte Hervormers, en oudfte Godgeleerden, die men thans in de daad te weinig leest en onderzoekt; en hier van fchynt hunne taal hier en daar een weinig duister en gedrongen , om dat wy er ongewoon aan zyn; fchoon zy in de daad zeer duidelyk , zeer verftandig, en zeer regtmatig gedagt, gefproken, en gefchreven hebben.

4. Toet zen wy vervolgens den Catechismus aan onze vierde opgenoemde eigenfchap van een gezond voorbeeld, de nodige volledigheid. Men kan hem, wat het wezenlyke

van den Godsdienst betreft hier. wederom niet hefchuldigen. Immers, dit opftel vervat, en de waarheden des geloofs, en de bevelen der liefde.