is toegevoegd aan je favorieten.

Wysgeerige en heekelende reizen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236 WYSGEERIGE

Gods doordringende Kracht vergezeld waren. Ik zag de Toehoorders Traanen van Vreugde en Ootmoed Horten, als zy met hunnen gewoonen Yver,van Gods Barmhertighcid of van de Ondankbaarheid der Wereld jegens Hem fpraaken. Zy ftichtede niet alleen de hunnen met woorden, maar ook met hun Voorbeeld en Wandel, en zouden zich gefchaamt hebben, iets te leeren, waarvan zy, zelfs, geen Overtuiging en Beyinding hadden. Ik naderde tot Eenen: Het was een Eerwaardigcn Gryfaart, uit zyn Aangezicht ftraalde iets Goddelyks, zyne Redenen waaren ernftig en liefelyk, en als hy fprak, konde men levendig gevoelen, dat een Afgezant van God, leeraarde. Wanneer ik hem volgens ons gewoonte , zyne Eernaamen wilde geven, wende hy die af, verzoekende, dat ik hem alleen een Dienaar van God, of zoo ik meer wilde, .Vader zoude noemen. By zyn Affcheid, ftorte hy met zyne woordeïi over my Gods Zegeningen uit, waar onder ik door eene Kracht en Vreugde wierd doordrongen, welke voor my onuitfpreeklyk is.

Men kan denken hoe fchaamropt ik wierd, over het opgeblaazen Wezen, van Hoogmoed, over de Gierigheid, Afgunst, Tweedracht, Brasfery en alle de vleefchelyke bedryven, van onze ongeeftelyke Gecstelyken; wier Woorden en Werken, zoo tegenftrydig en weerfpreekende waaren, dat men gelooven

moest,