Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vis MONTRÖSE. 27

Boven zynde, klopte ik aan de géfloorene deure, en twee grysaarts, op wier gelaat ernst en gulle vriendelyklieid hunnen zetel fcheenen gevestigd te hebben, openden dezelven; my met eene lieftaalige ftemrae vraagende : Wat begeert gy,

zoon eener Jierfelyke? vaders! zeide ik, ik zoek myne be*

minde in deeze verzamelplaats der Regtvaerdigen; myne adelaïde, die door den dood van myne zyde wierdt weggefeheurt, moet, dewyl zy de vriendinne der deugd was, haar verblyf onder da

zielen der uitverkoome houden. By het uiten deeze',- wopr-.

den, blikte de beide ouden my, met een vriendelyke glimplach, aan, en antwoorde: Ja! zoon der aarde! de geest uwer bruid zweeft in dit gewest der zaligen; de Cherubs galmen nog haare intreede in de zaligheid; doch, gy kunt haar, dewyl uwen proiftyd nog niet geëindigd is, niet zien; vleefch en bloed treden niet door deeze poorte; gaa terug naar de levendigen, en leef onder hen even als uwe adelaïde leefde, en, dan zult gy, by de uure uwer verfcheiding, deeze poorte voor U ontflooten vinden, en de Geestelyke hand uwer bruid, zal U verwelhoomend voor den throon des lams geleiden! en die tyd, zal niet meer lange

zyn! Nu, flooten de Grysaarts de poorte weder, my

in een toeftand laatende die ik niet weet te omfchryven, beangst wilde ik de trappen weder aftreeden, doch., daar mede bezig zynde, ontwaakte ik geheel doordrongen van het gedroomde. ■

Dus verhaalde montröse zyn droom, welke hem van de zekerheid en zaligheid zyner beminde verftorvene overtuigt hadt. En, ik voor my, geloof dat foortgelyke droo-

men belangryk voor'een Chriften moogen en moeten zyn; vermits wy niet weeten, welke weegen de Voorzienigheid

Sluiten