Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7 )

toe te wenfchen. In zoverre zeifs dat Olkenbar. neveld, hoe zeer overtuigd, dat dcezc heftigheid uit liefde te hemwanrds voortkwam genood>.zckt was hem toe te voeren. „Gij moet uw hevigheid -wat beter bedwingen. Dus doende lijdt gij niet .als een Christen, maar wreekt u zeiven met uweu mond en zo toont gij uw ongeduld." — Hoe verheugde zich de braave Franken, wanneer hij eenige berichten van de vrienden des gevangenen veilig in zijns Meesters handen kon bezorgen. Met hoe grooce zorgvuldigheid nam hij het verborgen fchrijfgereedfehap van zijnen Meester in acht, daar aan B^rnev^ld zelfs het fchrijven belet was. Ongelukkig fchreef hij, buiten weeten •van zijnen Meester op zekeren tijd een klein brie! jen, ter aanduiding, dat zij zekeren brief omtrent de zaaken des Vaderlands ontvangen hadden , die in de handen der Rechteren viel. Dit fielde den Jongeling mede bloot aan een Rechterlijk verhoor — waarbij men hem zo lang drong, tot dat hij eindelijk het fchrijfgereedfehap der gevangenkamer openbaarde, fchoon hij egter flimheids genoeg bezat, om nog zo veel agter de hand .te houden, dat hij zijnen ouden Meester daar mede des noods gerijven kon. Eenmaal Hechts blijkt het dat Franken, in de negende maand hunner opfluiting, die zo naauw was, dat alle ere rceten en gatenwaren toegeftopt —• en volkomen affluiting van het licht gedreigd wierdt, eenmaal flechis blijkt het, dat hij ongeduldig wierdt over den langen duur der gevangenisfe en begon te fpreeken, oin verlof te verzoeken, om heen te gaan. Maar teritond liet zich de Broederlijke vriend van Barneveld door deeze woorden van zijn oogmerk afbrengen. ,,Gij moet zo niet gaan, de tijd dunkt A 4 u

Sluiten