Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2ct DE AARTSVADER

Dit voorhoofJcierfcl zy het uwe, en vlecht voortaan Geen rozekranskens, die verwelken en vergaan. ■ Dets ringen zullen u, om de armen heengeflagen , Veel beter voegen, gy zyt waardig dit .te dragen. Hoe! zegt Rebekka, zou dees pracht de myne zyn, En zoude ik flechte maagd, in herderinnefchyn, Met goud ons maagdenrey befchimpen en braveren ? Een nedrig veldgewaad kan best de laster keeren. Geen dartle hooffchs dragt heeft myn gemoed bekoord-' Myn zedige aart heeft noit naar zulk een gift gehoord Z<£ fpreekt ze en was bevreest om dit gefchenk te ontfanTerwyI een lieve blos haar maagdelyke wangen, (gen, Met purper overftort. noch kwam zy dus niet vry. De gvyzaard toont met ernst hoe *t zyn begeerte zy. En vrasgt haar of 'er plaats aan 't huis van haren vader, Tot zyn vernachting zy, wien, zegtzy, voegt dit nader Om u te onthalen, als een huis zo zeer vereerd ? Niet flechts voor U, maar zelf, indien gy 't zo begeert Kan 't vee by ons zyn ftal, en voeder wel bekomen. Nu had de gryzaard reeds genoeg Gods gunst vernomen. Dies neigt hy vol van dank en nedrigheid het hooft, En roept met blydfchap uit, de Heere zy gelooft, De God van Abraham die zyn weldadigheden Niet van myn Heer onttrok, hy fiierde mynefchreden Straks totzyn's broeders huis. zo dankt zyn hart denHeer. Rebekka vloog terwyl naar huis, doch keert ras weer Met haren broeder die op *t zien der kostbaarheden, Terftond befloot om zelf hem in 't gemoet te treden.' Kom volg me eerwaarde, die vermoeid nu rust begeert, Gezegende van God, wy achten ons vereert

Om

Sluiten