is toegevoegd aan uw favorieten.

De aartsvader Jacob

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JACOB.

dragert kan. maar wie, wie zal raad geven, daar de naaste buurman zich in geen beter gelegenheid bevind? Wilde ik al de elende afmaaien, waar vond ik een begin, waar 't einde ? In dien reddeloze ftaat acht het volk niemand nader om hun te troosten dan den Koning. Men trekt met geheele fcharen naar 't Hof, en fmeekt om brood, tonende de ingezonken borst en kaken , en ftellende den Vorst voor, hoe veel onderdanen hy in 't kort heeft k wy t te raken, zo hier niet tydig in voor* zien word.

Nu gedenkt pharao aan de voorfpelling van josef; en hebbende met vermaak gehoord wat wyze voorzorge hy in de overvloed gebruikt had, verwacht daar nu de vrucht van te zien,en wyst zyn volk op hun Landvoogd, in wiens hand hy dit alles befteld had. Daar zag men 't Hof van josef als afgelopen door de duizenden der behoeftigen, die nu eenige flikkering van hoop fchiepen, kennende 's mans godsvrucht en goedertierenheid , de fterkfte prikkels tot weldadigheid, vooral daar vermogen is om ruim te kunnen helpen, hoewel de wysheid leert niet alles teffens te geven. Hoe kon in 't hart van josef iets anders opkomen toen hy een geheel volk zyn hulpe zag begeeren ?

Hy gebood dat men overal de voorraadfchuP 2 ren