Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 20 )

dat bijv zij" **t wélk wi met dit ?eevei1

had, glad misferide, thans uitgeput, en zelve genoodzaakt was, om de-vfaagende hand optehouden. — De ander had pas een uniform en panas gekogt, en kon nu geen aelmoes misfen; maar als

ik eens wefrkwam:. j • De derde had' een groot

huis-.gehuurd, om er! eene fociëteitsvergaderinginte houden , en veel geld. moeten uitgeeven, aan glazen-en bouteljes; 'dus was hij heden niet bij kas. — De vierde was municipaal geworden, en had het zo bijster druk niet het zoeken van driekleurige linten, waarmede juist eene koopvrouw aan zijn huis was , dat -hij-mij onmooglijk te fpraak kon ftaan, vermits hij nog dien zelfden dag een fjerp moest hebben; echter liet hij mij zeggen,-: dar ik wel eens weder kon komen, toen ik weder, kwam, gaf zijne dienstmaagd mij een recommandatiebrief. — Aan een bakker? vroeg Jialfert. Neen! antwoordde de kleêrmaaker; maar aan een n volksvertegenwoordiger.

Dat was nog al veel! zei Ja<)pert..

■ • Hm! hm! zei Julfert en den kop fehuddende.

■ Ach! God! —zugtëde. de vrouw onder dit alles. ; :nïk\ >dus ging de kleêrmaaker met zijn verhaal " voort, fnelde. .naar den volksvertegenwoordiger,

als naar een engel .van uitkomst en verlösfing. In een der voornaamlte: logementen had hij vijf of zes vorstlijke kamers tot zijn verblijf. Zulk een groot .tnanvdagt ik, kan geen kleine weldaad bewijzen. -Nazang wagtens kwam zijn kn'egt-.mij zeggen, dat , mijn :..heer. belet had, en mij nu niet fpreeken tori! - dit belet bétond• daarin, dat zijn barbier

be-

Sluiten