is toegevoegd aan uw favorieten.

De knorrepot en de menschenvriend; of Vrolijke wandeling, in en buiten de Bataafsche republiek. Behelzende satirique schetsen van [...] voornaame staatsmannen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja! maar, voor 't geld kan men brood koepari.

Dit zoud gij over een uur mef eenigen nadruk

hebben kunnen zeggen, maar nu niet. Noem

mij de volgende wederwaardigheid.

Nu, dat is dan het bankroet, dat ik lijden moet.

Een bankroet? — Hoe is dat mooglijk? — Een pasquilfchrijver zou een bankroet kunnen hebben?

Gij verftaat u onze negotie niet.

Onderrigt er mij dan van, en vertel mij eens waar, -— in 's kemels naam! uw bankroet toch in bejlaat.

Gij kent den burger S***. Gij Weet welk een onz alige domkop bij is, en welk ëene geleerde parade hij altoos zoekt «e maaken? Nu, deeza

vervloekte knaap heeft mij een kies aangezet van vijfendertig gulden.

• Ik ken hem, en zo dikwils ik. hem zag, heb ik altoos gebeden, dat God zig over nederlands volk erbarmen wilde. — Maar, waaruit had die fchuld zijn oor/prangt

Hij kwam bij mij, in de uiterfte verlegenheid. Ik moet, zei hij tegen mij, een irapport opftellen over eene zaak van gewigt: men heeft:roij tot het opftellen daarvan gecommitteerd, en fchoon ik mijn hoofd niet mag breeken met ftellen en fchrijven, liet. ik deeze commisfie mij echter welgevallen, als vertrouwende, dat ge mij, tegen goede betaaling, niet verlegen zoud laaten. — Gij kunt altoos ftaat op mij maaken, gaf ik hem ten iSntwoord; want hoes krom en verdraaid het ook wezen mag en wezen moet; ik ben uw man! — Hierop gaf hij mij de ingrediënten op, en ik vervaardigde een rapport,