is toegevoegd aan uw favorieten.

Twaalf leerredenen en eenige gebeden, ten gebruike van den gemeenen man.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MATIGHEID.

6$

noot, naar kinderen; Haar de agting van braave menfchen; naar opregte Vrienden , verftandelyke vermogens , goede boeken , meer tyd ter onzer eigene oeffening. Alle deeze begeertens zyn onberispelyk; en zo wy de vervulling daar van altoos, langs eerlyke wegen en door goede middelen zoeken, dan behoeven wy die niet in ons hart te verflikken: maar

Wanneer wy onze tydelyke omftandighoden niet verbeteren kunnen door eerlyke middelen; wanneer wy zien dat onze begeertens, door die verbetering in onze zaken , niet geftilt worden , maar van wensch tot wensch genadig opftreven, en wy dus in de macht der Gierigheid zouden geraken; wanneer ons hart te zeer gehecht zoude worden aan het genot van zinnelyke genoegens; wanneer wy zien dat wy met ons goed ook onze kwelling en moeite vermeerderen , dan, myne Vrienden , moeten wy deeze té weelige takken befnoeijen , eer zy ontaarten , of al het voedzel weg nemen, dat wy, ter onderhouding van goede geneigtheden, nodig hebben. Dan moeten wy leeren vergenoegt te zyn in een geringer lot, indien wy met den deugdzamen Apostel willen zeggen : Ik bedwing myn lichaam en breng het totdienstbaarheid.

Indien een grooter aandeel aan de aangenaamheden deezes Levens ons vlee/chtlykgizint, dat is , naar onze wys van fpreken, weeldrig , vadzig, wilt, laf, lui, en zo wel voor ons zelf, als voor anderen onnut maakt, dan zyn wy Verpligt, ons dezelven ftrcngelyk te onthouden; hoewel de Natuur ons die aanbiedt;, de Reden die gunt, en de Godsdienst érmets tegen inwerpt: Tot zulke zwakke zielen zou* E 3 de