Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*i 9 >

Van de Anticipatie, in evenredigheid van ieders Eigendom en Bezittingen. 13.

Dat vermits de nood van den Lande volftrektelijk vereischr, dat een aanzicnelijke voorbetaaling gefchiede, op het beloop van de vijfentwintig-jaarige Heffing van drie ten Honderd van een ieders inkomften; elk Ingezeten deezer Republiek, boven en behalven de zoo even bepaalde Heffinge op de Inkomftennog welke meer dan de waarde van ƒ500:0:0 in eigendom bezit, verpligt zal zijn bij wijze van voorbetaaling optebrengea vier ten honderd van zijn Capitaal en Bezittingen, hoedaanig die zijn, en waar gelegen, de Goederen ad pios ufus alleen geëximeerd. 14.

Dat voor het bedraagen van deeze voorbetaaling, aan ieder Geldfchieter zullen worden afgegeeven Quitantiën en Recepisfèn, welke laatften vervolgens zullen worden geconverteerd in Bataaffche Obllgatiën, Rentende tegen drie en een half ten honderd in het Jaar, en welken uiterlijk binnen den tijd van vijfentwintig Jaaren zullen worden afgelost bij Jaarlijkfche uitlooting; zullende de Interest op alle deeze Recepisfèn ingaan met den dag van het fournisfement. -5-

Het voorfz. fournisfement van vier ten honderd, bij wijze van voorbetaaling, zal moeten gefchieden van het zuiver beloop der waarde van ieders Bezittingen en Eigendommen, volgens de tauxatie hier na te bepaalen, en zullen onder deeze tauxatie moeten gebragt worden alle Bezittingen en Eigendommen, zoo roerende als onroerende, hoe ook genaamd, en waar gelegen, het zij Rentgeevende of niet, zonder eenige uitzondering; zullende het echter elk en een iegelijk vrijftaan, van het beloop der waarde van zijne Bezittingen en Eigendommen te mogen aftrekken allerlei fchuld, welke hij ten zijnen lasten, zoo binnen als buiten 's Lands zoude mogen hebben, zijnde het voornemen, dat deeze Heffing zal saan over het zuivere en effective beloop van de Bezittingen en Eigendommen der Ingezetenen , zoo na mogelijk te bepaalen als ieder in confeiencie zal bevinden te behooren. 16.

Sluiten