is toegevoegd aan uw favorieten.

Het begraven der dooden buiten de kerk en stads poorten aangeprezen in eene leerrede, naar aanleiding van ps. XXXIV. 21{A}.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B,

Naricht, wegens de Begraafplaats bij Scheveningcn. (*)

In den zclvcn jaare 1779 deeden de Heeren Perrenot en Reigersman, beiden destijds Raadslieden, en de laatfle ook Tliefaurier van Z. D. Hoogheid, na dat zij daartoe van Heeren Gecommitteerde Raden eene plaats in de Graaflijkheids-Duinen verzocht, entegen betaling bekomen hadden, op eigen kosten, ien voor rekening van eenige andere aanzienlijke lieden , waaronder geachte Predikanten en Mevrouwen van aanzien, deze Begraafplaats ftichten. Zij is gelegen dicht bij het Dorp Scbeveningen, weinige roeden van het eerfte huis af, aan de westzijde van den weg, en, van denzelven • volmaakt onzichtbaar, en ontoeganglijk wegens de zandigheid en fteilte van het Duin, wcshalven de lijken eenen grooten omweg over Scbeveningen, en weder terug over de Duinen nemen moeten. Het terrein heeft eenen inhoud van negen vierkante Rhijnlandfche Roeden, en is omvat met een muur van ruim 7 voeten (anderen zeggen 9§ voeten) hoogte die van boven gedekt is met blaaauwe Soifons fteenen; tegen het Noorden is daarin een poort geplaatst, 10 voeten hoog, waar boven in de Cornis de zinfpreuk ter Navolging, of wel, In Hoop van Navolging. Boven de Cornis ftaat eene anticque Urne. De binnen grond is verdeeld in twee rijen, elk van

15

(*) Dank hebbe de VVaerdige Menfchenvriend, Ds. M. Jorisfèn, Hoogduitseri Predikant in 'sHage, aan wiens vriendlijke hulp ik het een en ander in dit Naricht te danken heb.