Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■516 LEERREDE

reed zijn van die wettigheid der redenen, waarom hij weigert, dat hij met een gerust geweeten voor den Heer betuigen kan: ik doe zulks in den naam van den Heer Jefus, en ik mag niet anders doen; hij moet vrijheid vinden, om te durven gelooven, dat zijne weigering uit geene der genoemde zaaken gebooren wordt. —■ Dan, en dan ook alleen, zal hij van achteren , op zijn gemoed lettende, vrijheid vinden, om, ook van wegen zijne keus, God den Vader door onzen Heer Jefus te kunnen cn te mogen danken.,

Is het dus met deze zaaken gelegen, waardfte Hoorders! wat hebben wij dan, elk voor ziclv zelven, uit aanmerking van dezen text, bijzonder ook in deze gelegenheid te betrachten ?

In het gemeen, heeft elk voor zichzelven zijn geweeten voor God naauwkeurig te onderzoeken , hoe hij in den grond van zijn beftaan doorgaands omtrend deze les <*r Apostels verkeere. En in het hijzonoer kannen wij hierzien, hoe wij, met de nu op handen zijnde verkiezing , in het verborgen voor den Heer te werken hebben. Vergunt mij, dat ik u bij deze twee ftukken nog een weinig bepaale.

Kan men, bij de meeften onder ulieden, met eenige gegronde reden, gelooven, dat uwe harten waarachtig verëenigd zijn met de les, die Paulus hier den Christenen aanbeveelt? Gewisfelijk naen! althands zoo kan, zoo mag men niet denken vanu, die gansch niet geneegen zijt, om in al uw doen en laaten onder God te ftaan. U bedoel ik, die wel zeggen zoudt met het goddeloos Israël; onze lippen zijn de onze, wie zou ons beletten te fpreeken wat wij willen ? die ganfehe avonden in zot geklap en gekkernij

door-»

Sluiten