Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over kolossensén ui: m $*r

doorbrengt, zonder dat het eens in uwe harten op* koomt, te gedenken aan die ontzaglijke uitlpraa.c van Jefus: van elk ijdel woord, dat de mensch zal gefprooken hebben, zal hij rekenfchap geeven in deri das des oordeels. U bedoel ik, zondaars! die geheel naar het goeddunken van uwe harten leert* u in het geheel niet bekommerende , of uw gedrag den Heere al of niet behaage; die, wanneer men u tot het verzaaken van uwen wil en uw genoegens, of tot het betrachten van het gene God u beveelt, roept, gereedlijk antwoordt: wij zijn heeren, Wij willen tot God niet koomen , althands wier daaden dit zeggen , cn die behoort tot dat volk, waarvan Job getuigt, dat fchoon de Almagtige hun dat alles gedaan had, wat hen tot zijnen dienst verpligtën moest, nog zegt: wijk van ons, want aan de kennis uwer wegen lublen wij geenen litsti , , ,.

Het is zoo nveelen in ons midden zijn zoo goddeloos niet; als men maar niet te naauw zift, of te eng op het gemoed aandringt, willen zij nog al eenige godsdienflige verrichtmgen doen;~ maar koomt men aan hunne gelietdeü boezemzonden , tast men hunne voordeelige zonden aan , of toont men hün, dat alle hunne werken hun voor God niet baaten kunnen * 6' hoe ftuift dan het hart niet tegen de waarheid op, welk eene vijandfchap , welk eene gekantheid, op den bodem van het hart zittende , doet zich dan niet gevoelen! '

Hoe veelen Hellen den Heer Jefus of geheel buiten hun oog, of gebruiken'Hem flechts als een aanvuller van dat gene, waarin zij te icorc fchieten. God weet het, mijne Toeh:! hoe zeer eene heidenfche zedenkunde , daar JefusKk 3

Sluiten