Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

job XXÏÏL vs. 3i ^

hét gemeen, verlangt hij naar God, naar den leevenden God; naar eenen zonderlingen trap van nabijheid en gemeenfchap met Hem; naar eene ontdekking van tëpe heerlijkheid — een toeëigehend inzien in dezelve; naar zulk eene gemoedsgesteldheid, weike hem talles doe uiten wat hij gevoelt — waar door de inwendige duisterheid eh bekommering verdreeven wor«* den; naar de verzegeling van den Heiligen Geest — nis uit Gods eigen mond te öloogeft hoorett, dat noch dood noch leven hem van zijne liefde fcheïclen zullen.

Meer in het bezonder, verlangt hij, in dé ËÈRSTJt plaats, naar zonderlinge bewijzen van Gods gunst en goedertierenheid. Niet te vreden niet éen misfehien »Valt het hem ondraagelijk j wanneer zijn zielsoog. door Wolken beneveld wordt. Zet mij, dus roept hij Ut» zet mij als een zegel op uw hart, als een zégel op uwen arm; want de liefde is fterk, als de dood. Wanheef de Christen zijn hart verwarmd voelt door liefdé tot Godv kan hij niet voldaan zijn, zonder eenig ge»Voel van wederliefde. Hij Ziet dê voortreffelijkheid Van Christus - O! zegt hij, welk een fchat! och» konde ik dien den mijnen heeten! Geene ftem van menfehen ~ geene goedkeuring van de weereld, kaft hier Voldoen. Ja, er wordt iets meer Vereischt, dan enkel, niet te kunnen-loochenen dat hij eenige blijken bezit* God heeft eene bezondere wijzé, op Welke Hij van vrede fpreekt — Christenen kennen zijne ftem; zij gaat gepaard met zonderlinge kracht en vol» doening — God Zelf fchenkt licht aan het Woord 9 getuigt dat het zijn Woord is, en verzegelt het doof zijnen Geest. Dit weet de Christen; dit begeert hij. Dit heet, tot Gods ftoel te 'koomen, en Van Hem B » Zet-

Sluiten