Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

495 XLII. LEËRRËDÉ.

Ven dat God hun tert eenemaal gelijk zij, vormei gansch verwarde begrippen van zijne gezindheid tot vergeeving; zij weeten niet hoe, of waarom God de zonden vergééft —- maar dwaalen hier in grootlijks! De Rechtvaardigheid is eene wezenlijke Eigenfchap vart Gods Natuur. De weg, langs welken Hij barmhartigheid bewijst, is in de heiligs Schrift bepaald. Opdat wij niet dwaalen zouden, heeft God ons verzekerd, dat Hij inzonderheid ftreng zal zijn tegen de misbruikers zijner goedheid. Zie Deuter. XXIX: 19, 20* Ten aanzien van ftrengheid, is het bewijs fterker,'dan voor' het tegendeel. Uitgeftelde rechtvaardigheid, derhalven, is dies te ftrenger, en vult de fioolen deStoorns, naar' gelang wij de maate der ongerechtigheid vol maaken! Lange toebereidfelen voorfpellen eene vreeslijke uit* voering ! Zijne pijlen worden middelerwijl gefcherpt. En, eindelijk, zijn Eed is tusfchen beiden gekoomen, om een einde aan alle twijfeling te dellen. Helaas! mijne Vrienden, gij kent God niet. Hij is geen man, dat Hij Vfgen zoude. Zou Hij, die te rein van oogen is, dan dat Hij het kwaade zoude zien, de eeuwige wetten zijner Regeering om uwen wil fchenden? Hij heeft de Engelen niet gefpaard; en zou Hij u verfchooncn? Dwaalt niet; God laat zich niet befpotten! Alles wat hier tegert ftrijdt, is bedrog — een toevlugt der leugenen. Wat is de grondflag , waar op uw voorgeeven rust? is het Gods Woord? Neen zeker!— O! vlied dan, zondaar, tot de Waare Vrijftad!

Ten v ij f d e n. Omdat niet haastlijk het oordeel over de booze daad gefchiedt, daarom meenen de zondaars, alles te zullen vergoeden door eene laate bekeering.

Dit

Sluiten