Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. i.

Dat de vier ecrfte Arr. van voorfz. Publicatie niet behoeven nageleefd te worden bïj het invoeren van Contrabande Goeaeren die van de Landzijde, het zij te Lande. her zij langs de Rivieren, binnen deeze Republiek gebragt worden , en dat mitdien die Articulen in zoo verre , zoo veel noodig , zijn ingetrokken.

Dan dat dsar en tegen de Voerlieden en Schippers, •welke Contrabande Goederen van de Landzijde invoeren, om tianfito verzonden te worden, zullen gehouden wezen, bij zich te hebben eene, door hun eigenhandig onderteekende, Verklaaring, inhoudende de quantireit, qualireit, waarde en merken van de Contrabande Goederen die zij op hunne Wagens of Karren, of in hunne Schepen hebben gelaaden. — Dat zij, op het Terr toir van deeze Republiek gekomen zijnde, die Verklaa ing zullen moeten vertoonen aan alle Officieren en Bedienden van de Convooijen en Licenten, welke requireeren dezelve te zien. — En voorts aan het eerfte Gömptoir, da.u- zij aankomen , die Verklaaring overgeeven.

2.

Dat de drie-dubbelde waarde., waar voor , volgens Art. 9. van vooriz. Publicatie , Cautie moet gefield worden, beftaat, in driemaal de waaide van de Goederen.

3-

Dat voortaan van alle Ijzer- en Staalwerk, als mede van Koffij Tioltns, van de Landzijde ingevoerd wordende, voor tranfito iech-tn zal worden betaald drie pro Cento van de veile waarde.

4.

Dat van vrije tranfito Goederen, welke van de Land' zijde ingevoerd worden, bij het inkomen, voor en in plaats van Cautie zal worden betaald de inkomende en

uit-

/

Sluiten