is toegevoegd aan uw favorieten.

Nuttig en vermaaklyk weekblad voor burgers en landlieden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 1*3 )

Vervolg en Slot over de verfcbillende ivyxe omtrent het Enten en Griffelen der Urugthomtn.

7. Enten door aannadering of door de boog. Dit word alleen werkftellig gemaakt ten opzichte van twee bomen, die niet verre van malkanderen ftaan, of die in kssfen worden gekweekt, of over komen. Wanneer men dit doen wil, umkt men een fpleet in een tak van een boom, die men door de enting wil verbeteren, en men voegd daar in het eind van een goede tamme uk, die men op dezelve ftam laat blyven , de wonde hedekt men met vogtige pot-aarde, overdekt met een lap linnen. Wanneer de twee kleine deelen van de fchors wel veiöenigt zyn , dat maar na eenigen tyd gefchied , dan zonderd men de goede tak van zyn ftam af, en berooft ze van het zap dat ze daar uit trok , op dat ze in tegendeel het nodige voedzel zou ontfangen uit de ftam waar op men ze geënt heeft : Vervolgens fnyd men de takken van de wilde boom af, om hem een nieuw hoofd te doen verkrygen , door de takken die uit de ent op nieuw voortkomen.

8. Enten door middel van de woTtei. Deze wyze is inderdaad nog weinig door de bevinding goedgekeurd ; nogtans verdiend Ze beprotft te worden. Dezelve gefchied aldus : Men verkiest een der groote wortels van een boom , die van natuure overeenftemd met den boom waar van men de ent genomen heeft Men fnyd ze in verfcheide verdeclingen , en in ieder van die openingen voegt, men een ent , op de wyze zo als wy voorheen gezegt hebben, en gelyk men in de fpleet ent Wanneer men een fterke vigomeuze boom heeft, zo kan men 'er een wortel van afzonderen die fterk genoeg is om twintig of dertig voeten te geven; door dit middel kan men te gelyk een wortel en zyn ent planten, ter plaatfe daar de boom zelf moet groerjen, en men is niet verpligt zo langen tyd te vertoeven, als men gemeenlyk wagten moet, tusfehen den tyd van het

Enten, en den tyd van het verplanten van de geënte boom.

De geënte of gegriffelde bomen vereifchen eene byzondere kweeking , waar toe ee navolgende aanine-kir,gen dienen: X. Ten opzigte van de peeteboinen, en andere hoogftsmmen, moet men de ent afzonderen zo dra dezelve begint te fchieten, en laten 'er ma»* een hot aanblyveu, en 'er dan niets meer affnyden. 2. Wanneer de boom in de boomgaard , het derde jaar, na de enting, bereikt heeft, dan moei men van jaar tot jaar de nuttelooze takken afkappen, in de maand April, en wel omtrent de nieuwe maan, en wel zo digt aan de fcheut als doenlyk is, alks 0111 de fcheuten of loten tot zes of zeven voeten hoog te leiden; als dan , en geduurende de Maartfe maan, laat men het daar by blyven , om hem het hoofd te laten formeeren. 3. Ten opzichte der bomen , gedestilleerd tot Arbre-Nains, en geoculeerd met een flapende bot, moet men de gegriffelde wilde bomen geen takken afkappen als na de winter, wanneer de oculatie gevat heeft en bereid is om te fchieten, en ze dan maar drie vingers breed bo*en de oculatie, en altoos van buiten, afzetten. 4. Aangaande de peeieboomen geënt op queeftammen; men moet dezelve niet in de entery verplanten, dan na dat dezelve wel gevat hebbeu, en ter degen beKoinen zyn; oat zomiyds maar eerst op het derde of vierde jaar gefchied. Maar ten aanzien van de perzikbomen, wanneer ze fterk zyn, kan men dezelve het eerfte jaar verplanten , maar men moet ze boven de ent korten.

Wanneer men een plantagie van jonge bomen wil enten, moet men de foorten onderfcheiden, en dezelve foorten van fiuitbonien na malkander enten, en maken een gefchreven ly&t van de vrucht die ieder boom voortbrengt; hoe veel ftammen men geënt heeft, en op wat ryën dat ze ftaan; men muet aantekenen die, welke van verfchillende foorten geënt zyn, om zich niet te bedriegen wanneer men een boom daar uit wil weg nemen.