Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLUCHTSPEL»

TWAALFDE TOONEEL.

HENDR 1 K.

Die fyne witkwast! — Iaat hem hinken — ■ Hy had wel graag eens willen drinken: Dat vroome vee is akyd valsch. Ik ze;; hy liegt het deur zyn hals, Dat wy nou erger tyd bekeven, Dan voor een daizaid jaar zes , zeven: Ziet men nou zuipen , hoe ery , Wel, daarvan was men toen niet vry; Ik zou er braaf wat kennen noemen, Die fchoon men ze al den dag hoort roemen Als vroome mannen ... .. och ! loop heen Die vroomen zyn er nog, zo 'k meen: Ik durf die Klaas niet teugen fpreeken, Want, o! dan doet hy heele pre eken, En daarom zeil ik dan maar meê. _ Maar dat ik nou een teugje d^ê'?

(Hy drinkt, en hervat het verfcheidene

maaien*)

Nou zei de geest mit groote hoopen, Zo uit me maag naar boven loopen. Hoe ver is nou het vaars gebragt?

(Hy /eest.) Brttidégom ,k wensch, dat jou gejlacht Ah in het donker mag vermetren. Maar zou de maat nou ook mankeereu?

Sluiten