Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 DE GOEDE MOEDER,

Och Mathurine! 't is gedaan, Myn vonnis is geveld, en niets kan my meer baaten,

( Hy weent,)

MATHURINE

Wat deed myn dochter dan?

LUBIN.

„ Ik zal 'tu zeggen, en gewis onrftelt ge er van: Ik mag geen bees;en die altyd het zelfde fnappen:

Ik zend hen weg, myn lieve vrind : 3, Kom vlieg dan beestje— en gy — kunt flappen:" Dat flappen zag op my; zie daar, dat zeide uw kind;

Och ja, dat zeize, en trok het lint Iuééne los, zo dat m;.n Leister 'tis ontkomen,

En my de minfte hoop benomen : Hy zong nog in zyn vlucht, en wel tot zesmaal toe, Ik min Lucette!

MATHURINE.

Hoe!

Heeft zig myn dochter dus gedraagen!

LUBIN.

Niet anders, Mathurine.

MATHURINE.

En gy?

LUBIN.

Wat inoogt gy vraagen?

Sluiten