Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(8)

HET OÜDI TREURSPEL»

Toen Trooje werd verwoest, Carthage en Rome vielen,' Jeruzalem haar vest en (lerkte zag vernielen, De muur van Csiare neêrplofte in 't ftuivend zand , Toen vestte tweedragt, met den fchepter in de hand, Haar helfchen i£tel op het puin dier trotfche wallen j Deed lieve vrede en rust, voor eeuwig nedervallen: Onkunde, een diep geheim van 't menfchelyke hart, Was oorzaak van zo veel, en van zo wreede fmart. Minerva vestte wel haar throon in 't oude Athene, Waar 't allereerst het licht der wijsheid heeft gefcheenen, Maar nooit was de Romijn zijn eigen hart bewust; Hij gaf zijn drift gehoor, en fmaakte nimmer rust, Dan, als het naberouw, die Rechter onzer daaden, Gepaard met wroegingen, hem, met verdriet belaaden, Deed woeden op zig zelv'; en zo hij Vorst was, dan, Dan vormde hem zijn magt, tot een gevloekt tijran: De naneef,die dit kwaad, met fchaê,raoestondervinden, Lag zig ver volgends toe, de zegelen te ontbinden, Waarmeê natuur haar' wil in 't hart verborgen had; Die openbaaring nu, bevatte een gantfcho fchat Van kennis en verltand, en deezen zijn het tevens,

Sluiten