Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

militie, en door het Stadhoudersgezind graairvrs

gepleegd, de natuur doen fidderen. Dat alle7

onze gewapende broederen, die in de handen der Pruisfen zyn gevallen , vervolgens door die rovers zyn uirgefchud, ja de meesten tot op het hembd

uitgekleed , dat men hen in dien ftaat en door

geforceerde marfchen, terwyl zy op de verfchriklykfte wyze doc.r honger en vooral door onlydelyken dorst, dien men hun niet toeliet te lesfchen, met ftokflagen en fteken tot Wezel zyn gebragt, daar zy den een op den anderen in donkere, vogtige onderaardfche gaten wierden gefmeten , die door eene vergiftige lugt en Hinkend ongedierte befmet waren.

Dat zy, aldaar niets hebbende, om zich opnoderteleggen, dan een weinig verrot ftroo, en niets anders, om zich te voeden, dan een weinig zwart brood en eenige oortjens 'sdaags, nog daaglyksch. de grievendfte lasteringen en beledigingen moesten uitftaan : — Dat zy, door gebrek aan alles, wat tot verfchoning moest dienen, voor het grootfte deel van hen , door het ongediertop de ellendigfte wyze wierden geplaagd, — dat de loop onderhen in die holen van wanhoop aangeftoken zynde, zeer velen van die ongelukkigen door die ziekte zyn

geftorven. Dat een groot getal van hen , wier

jaren, geftalte en gezondheid hen tot den militairen dienst bekwaam maakten, door de wreedfte bedreigingen, en menigmaal door ftokflagen genoodzaakt wierd, om voor al hun leven de Pruisfifche uniform te dragen. — Dat ook in één der. Cachotten van Wezel de achtingwaardige Baron van de Capellen , Gouverneur van Gorcum, door de ontmenschte mishandelingen, en kort daar na door zynen beklagenswaardigen dood, die 'er het gevolg van was, voor altyd de onvergeellyke misdaad heeft uitgewischt, dat hy altyd deugdzaam en oprecht was; dat is te zeggen, dat hy rioor zyne deugden zich den haat van Willem den Vyfden en zyne wraakzugtige Gemalin had op den «ais gehaald. — Dat zo veele wreedheden, door dar helsch gefmeed verraad , tegen die gevangenen vcrfcheiden maanden heeft geduurd; en dat eene groote menigte dier ongelukkigen, die ncch in 't

lee-

Sluiten