Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5=0 Tegenwoordige Staat

HfSTORic. de merkt verfcheen, en de daar vergaderde 1594- burgers, onder veele fcheldwoorden van ontrouw aan'den Koning, te lyve wilde. Eenigen begonden te plunderen, en etteiyke onder hen verftookene foldaaten hadden mee hunne roers reeds zommigen doodelyk gewond, wanneer het de Regeering, en den Overften der bezetting, nog gelukte dien opftand te ftillen; door eikanderen onderling met rede te doen belooven de Stad tot het uirerfte te verdedigen, en daartoe het bewind alleen overtelaaten aan den Burgemeester Albert Jarges , welken men tot hoofd der gewapende burgery begeerde. INu ontvong Prins Maurits, gelyk te denken waare, een weigerend antwoord; waarop die niet alleen meerdere fchietfehanfen IVTen be- ter teistering der Stad liet maaken, maar ook B»nt de het grootfte ravelyn begon te ondergraaven, tingwer-" °Pdat ^et opspringen daarvan hem eene bres Iseu'de on. opende. Daarin was zyne Doorlugtigheid zo dermynen; yverig met in perfoon de werken te willen be 22 Juli. zigtigen, en waagde zig daarin zo digt, dat , met een kogel op zyne rondas getroffen wierd;/ zonder ander letzel egter, dan dat door den fchok ter aarde viel. Daar men nu van binnen de vordering der werken zag, en die niet beletten konde, ook wel vermoedde de ondergraaving, was men van den eerften drift zo ver te rug gekoomen, dat de Geestelykheid, ten Raadhuize verfcheenen , aldaar verklaard had bereid te zyn, indien het niet anders kon , de Stad te verlaaten, en verzogt om haarenthalven geen meerder menfchenbloed te vergieten. Men had daarover eene breede Raads en Volksvergadering op den vyftienden bepaald,

waar-

Sluiten