Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van STAD en LANDE. af

«enigen tyd in bezetting heeft gelegen, ge-< nietende des daags tien Huivers (f). < Dan ten jaare 1665, toen de Bifchop van ■ Munster den oorlog aan den Staat verklaard had, wierd Westerwolde en een gedeelte van 't Oldampt nogmaals door den vyand aangetast. Over het moeras, dat men diestyds meer voor ontoeganglyk hield, kwamen 500 foldaaten in het klooster ter Apel, (zynde een Huk goed, de Stad Groningen toebehorende» en gelegen op de grenzen van Westphalen). De weinige foldaaten, die daar lagen, keerden naar de Bourtange; en deeze tyding verwekte veel vrees te Groningen, alwaar de bezetting zeer zwak was, te meer toen men vernam, dat, niettegenftaande het gelukkige voorval, die de onzen te Jipfinghuifen den 4 Oclober gehad hadden , en in welke zy den vyand een aanmerkelyk verlies van dooden en krygsvangenen aanbragten (§) , de Munflerfchen egter doorgedrongen waaren tot Winfchoten, en dat den 8 dier maand bezet hadden. De bekommering wierd grooter, toen eene andere colon die in Drent gevallen was, en aldaar groote vorderingen gemaakt had, doordrong tot aan de Foxholsterbrugge. Hierop legerde het Staatfche Krygsvolk dat inmiddels uit Friesland en Holland overgekomen was, zig tot ftuiting des vyands in het Oldampt, hebbende Prins Maurits, die het

ge-

(f) Raads Refoi. van den 21, 22, en 30 ï«33-

(J) Zie Aitzema 5 deel, 45 lioek.

GRONrïï-

GEN. 1665.

Sluiten