is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten gedichten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 98 )

De weelde, die den ftam des levens knakt, De welvaart moordt, en zeden tart en wetten,

't Gevoel verdooft, den edlen geest verzwakt, Had nimmer u bezoedeld met haar fmetten.

Gij zongt en fprongt en lachte fchuldeloos, En hadt dat zoet nog gaarne lang genoten!

Maar kende ge ook dees waereld, valsch en boos? En 's levens gal, met honig overgoten?

Lach nu gerust, in 't zalig oord gevoerd, Waar nooit een traan de lachjens zal vervangen, Geen laster mikt, en geen verleiding loert, • Maar alles juicht in rijen en gezangen.

Mijne Engel! ja! gij voelt en denkt en leeft! Dat zie ik zelf nu klarer dan voorhenen.

't Is deze hoop, die kracht en troost mij geeft. Wij zullen vroeg of laat ons weer verenen.

De vlam, voor u in mijne ziel gevoed, Is niet gedoofd bij 't zielverfcheurend fcheiden: