Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VR IJ HEID BL IJ HEID. 3r

Op haar' verdrukker, haar' verwoester te gaan wreeken;

Nu kent deez fiere jeugd geen' rang: Die zig 't kloekmoedigst droeg, waar ook zijn post mogt weezen,

't Zij hij 'c geweer als fehutter droeg, En wijslijk 't hoog bevel ontving van zijn' Geleider,

Of zijn bevel gehoorzaamd zag, Hij zal den grpotflen lof van 't Vaderland ontvangen, Die haar het (butst verdedigd heeft.

Aandoenlijker tafreel kan geene dichrpen fchewen,

Dan dat men in die lieden ziet, Daar 't wél dooroefend wik, in volle wapenrusting

Uit wél bewaarde poorten trekt: Geen woest, geen dol gefchrceuw, giert door de wapenbenden;

Zelfs 't raust gepeupel ftaat verzet; Geen fehutter wordt befpot; de vrijheidhaaters zwijgen &j zien me: fj-ijt der burgren moed, C 3

Sluiten