Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van FRIESLA ND. 151

Zaak te ftemmen, die hemzelven of een' Vriend in den derden graad betreft. Doch in dit

R E G E E • RI M G.

geval worden de graaden gerekend naar t Kerkelyke recht, welks derde graad met den zesden van 't Burgerlyke Roomfche recht over • eenkomt: alwaarom geen Raadsheer over iets mag oordeelen, het welk zyner Ouderen volle Neefs of Nichts kinderen aangaat. Ook mag niemand tot Raad worden benoemd, die aan iemand der Raaden in Bloedverwandfchap of Zwagerfchap nader dan in den vyfden graad beftaat; doch wanneer reeds aangeftelde Raaden naderhand door huwelyk Vermaagfchapt worden, fluit dit niemand uit. Geduurende de Vergaderingen mogen de Hee. ren door geene verzoekfchriften worden verhinderd , die daarom door den Rollarius, benevens twee andere Raaden, te weeten den voorgaanden en naastvolgenden, in de Vertrekkamer worden afgedaan, uitgezonderd in zaaken van veel gewigt, die zy niet op zich durven neemen; hebbende zy als dan vryheid om eerst het advys van den vollen Raad in te neemen. Weleer werden de Procesfen , in ftaat van wyzinge zynde, aan den Praslideerenden Heer overhandigd, en deeze verdeelde dezelve als dan onder de Raaden , omze na te zien, en van alles rapport te doen ; doch hierin is naderhand deeze verandering gemaakt, dat thans ieder de vryheid heeft, om tot Rapporteur eenen Heer naar zynen zin te kiezen , aan wiens ftoel dan zulk een Proces wordt opge • hangen. Doch in zaaken, die voor een' der Raaden als Kommisfarisuiiebben gediend , rapK 4 por-.

Sluiten