Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE ÉÉNHEID. git

!ïam begeerde wel, dat zijn zoon isaac geene vrouw neemen zoude, uit de Dochters der Kanaanners; dan de reden daervan lag niet, in de afgoderij van die Natie, maer in andere omftandigheeden (c). ■— Na den dood evenwel van melchisedek , nam de afgoderij", methetbederv der zeeden, hoe langs zo meer de overhand, zodat Kanaan, ten tijde van mose, door de fnoodile grouwelen geheel verontreinigd, tenlaetften zijne inwooneren uitfpuuwde ■ d).

Offchoon de meervouwige benaeming elohim op zich zelve , niets gemeens hadde , met de dwaefe afgoderij , en nog veel minder daeruit oorfprongclijk waere, kon zij evenwel, bij zulk een verbijsterd volk, als Israël was, en het welk door eeneraefende neiging, tot de afgoderij, gedreeven werdt, aenleiding geeven, tot de afgoderij, of daertoe misbruikt worden. Gevolgelijkzou de wijsheid van mose, diezijn volk van de afgoderij wilde te rug brengen, alleszins gevordert hebben, dat hij nimmer dienmeervouwigen naem, maer altoos hetenkelvouwige j-;loah, gebruikt had. Maer mose gebruikt den naem' eloah flechts twee maelen (e); en het meervouwige elohim is hem zeer gewoon. —■ De volgende Propheeten beftraftendelsraellerenzeer

ern-

6), van Hamels veld, Aerdrijkskunde des Bijbels III Deel pag. 70, 71. (d) Levit XVIII: 31. 24 — 30. CO Deut XXXIII; 15, 17.

/ O 1

Sluiten