Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

LIDMAAT.

Zy bellaar hierin, dat U Eerw, zo'fterk op het geloof aandringt, en zo weinig van de goede werken fpreekt : waarom niet zo fterk van de goede werken geiproken ais van het geloof? ik vrees, dat men door dien weg de goede zeden niet zeer zal bevorderen; want als ditlaatife ontbreekt, heeft zulks twee fchadelyke gevolgen, of men maakt luije en flordige Christenen, of mondbelyders.

L E E R A A R.

Hk fla eem'gzins verbaasd, myn Broeder! dit als een bezwaar van u te hooren opgeeven: immers heeft onze groote Meefler, en zyne Apostelen , fterk aangedrongen op het geloof, dit leert de H. Schrift overvloedig, deplaatfenzyn niet noodig alle optehaalen , zy zyn u genoegzaam bekend,

LIDMAAT.

Dit fla ik van harten toe , maar het zy my gegund deze aanmerking te maaken; de H. Schrift fpreekt menigmaal van 't geloof, en verftaat daardoor de leere des geloofs.

L I I R A A H,

Hoe, de leere des geloofs! verklaar uw na» $er myn vriend.

C LID-

Sluiten