Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. BRTEF van den Schrijver der

Bedenkingen, over perfoneele Ver" volgingen5 enz. aan den Schrijver der Aanmerkingen, op voor-; ichrevcn Stuk.

HOOGGEACHTE MEEDEBURGER!

Open'ij^ betuige door deezea mijnen dank daar voor, dat gij de kleine brochure, welke ik onlangs fchreef, hebt géüeven te beoordeelen, en wel op eene wijze, waar aan men zoo wel den verftandigen maö als den regtfehapen beminnaar van zijn Vaderland herkent.

Gevoelig over de Vereerende aandacht, die een braaf, een kundig man op mijne Bedenkingen wel heeft willen vestigen, — doch teevens gevoelig dat veelen, dat ook gij, hoog geachtte Burger, mij eene denkwijs fchijnen toetefchrijven, die ik nimmer had, vind ik mij zoo wel aan mij zeiven, als aan u verpligt, eenige nadere ophelderingen en een meer juist denkbeeld mijner grondbeginzelen te geeven.

Ik wil dit traehten te doen, bij geleegenheid dat ik eenige trekken uit uwe Aanmerkingen zal aanhaalen.

Op. bl. a. leeze ik: „ lk ben gansch niet met ü van gedagten , dat men het kwaad bedreeven zijnde, defchuldigen Jlraffeloos behoort te laaten loopen, uit vrees van ze noch boozer te mdaken, dan zij zijn," insgelijks op bl. 8.

wanneer men vreezen mogt, hun ongenoegen te vermeerieren, enz."

Sluiten