Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITSPANNINGEN. 31

(Vaar ten ik?— Vriendfehap! aan uw', boezem?

Hier is mijn hemel! hier woont God! Geen wisjling fcheurt mij uit uw armen;

Geen affcheidkus vermoordt mijn vreugd; Geen ontrouw fpot meer met mijn traanen;

Geen valschheid juicht meer als ik Hf, Nooit viert zij lachend haar triumfen,

Daar dolk op dolk mijn hart doorboort. Neen, ontrouw en gevloekte valschheid

Ontwijken V zalig oord der min; Zij zinken, rnet de fnoodjle gruwlen,

Diep in den poel, vol zelfverwijt. De menschheid moet zich zelv' veraadlen;

Geen wanhoop fchendt haar glorij ooit. Volmaaking zweeft door al de kringen.

Gods Liefde omhelst haar dwaalend kroost, 'k Volg Seraf! 'k volg uw welkomzangen ; i

God! 'i voel mijn aanzijn uitgebreid $ 'k Bemin, ik leer, ik maak gelukkig.

Daar Vriendfehap al mijn heil voltooit. Mijn zaalge vrienden! mijn vriendinnen!

God fpicgelt zich in ons geluk; In jesus eeuwige broederliefde

Vereenigt zich ons klimmend heil. Waar ben ik ? Vriendfehap.' aan uw boezem ?

Neen! duisternis zweeft op mijn lier; Neen! nog is 't fterflot niet verzonken ——

'k Wagt eenzaam aan den rand van 't graf.

H E %

Sluiten