is toegevoegd aan uw favorieten.

Alethophilus aan Philadelphus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lo8 EEN EN TWINTIGSTE BRIEF.

wanneer ik zegge: op de markt is een verzameling van menfehen; die niet by hen is, (die buiten deeze Vergadering is) krygt van dat geld niet, 't welk daar wordt uitgedeeld; levert dat

geen goeden zin ? Moet verzameling

dan betekenen verzamelplaats? ■ Gy bewyst

het verder uit deeze woorden: „ Aangezien dit „ zo is, zo gelooven wy , dat niemand van „ wat ftaat of qualiteit hy zy , hem behoort

„ op hemzelven te houden maar zig daar

„ by te voegen onderhoudende de eenig-

„ heid der Kerke." Maar alles wat Gy

hier uit afleidt komt niet te pas, om dat Gy voorbygezien hebt , dat de opftellers van de Geloofsbelydenis van twee kerken fpreeken. — By voorbeeld, die woorden zeggen niet meer, dan wanneer ik zeide: elk moet zich dierhalven

by de Vergadering op de markt voegen. •

Mag ik dan uwe woorden op u zeiven niet wel toepasfen, bladz. 72. Zie daar den doek, waar mede zoo veele eenvoudige Zielen geblind en

misleid worden ! —- Intusfchen blykt uit

het geene Gy opgeeft , bladz. 70 , van waar

uwe dwaaling is. Gy bragt u voor den

Geest die menfehen , die zo veelderlei foorten van menfehen opgeeven, en daar tegen hebt Gy

gefchermd. Maar Mynheer! dat hadt Gy

met minder moeite kunnen doen, Gy had enkel te vraagen gehad, of 'er meer foorten dan waare en valfche Christenen zyn: en alle met alle hunne onderfcheidingen zouden u dit toe-

geftemd hebben. ' Dit hield ik onder het

oog.

Eindelyk beroept Gy u nog op vraage 66, van onzen Catechismus, en Art. XXXIII van de

Ge-