Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

| LYDENS- STOFFEN". £g

MARC. XIV. vs: 26-31.

S9

ip5 26 Ende als fy den Ïoffang gezongen had-i ;eü den, gingen fy uyt na den olyfberg 'P 27 Ende Je'fus" feyde tot haer: Gy fult in. defen nacht alle aen my ge ergert worden: Want daer is gefchravcn, lek fal den herder flaen, ende de fchapen fullen verftroyt worden.

28 Maer na dat ick fal opgeftaen zyn, fal ick u voorgaen na Galileen.

29 Ende Petrus feyde tot hem: of fy oock alle ge-ergert wierden, foo en fal ick doch niet [ge*ergert voorden.]

30 Ende Jefus feyde tot hem: Voorwaerick regge u, dat heden 'in defen nacht, eer de iaën tweemael gekraeyt fal hebben, gy my driemael fult verloochenen.

31 Maer hy feyde noch dies te meer: Al moete ick met u fterven, fuo en fal ick u geenfins verloochenen. Ende insgclycks feyden fy oock alle.

LUC. XXII. vs: 31-35.

31 Ende de Heere feyde: Simon, Simon, fiet de Satan heefc u-lieden feer begeert, om te fiften als de tarwe:

32 Maer ick hebbe voor u gebeden, dat uw geloove niet op en houde : ende gy als gy eens fult bekeert zyn, foo verftérekt uwe broeders»

33 Ende hy feyde tot hem : Heere ick ben bereyt met u oocic in de gevangenisfe ende in den dood te gacn.

23 3 3+ Mac;

Sluiten