Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PE WETGEVING AAN ISRAËL. 25

ze raad beviel aan Mofes, en wierd van God goedgekeurd, zoodat hy dien, althans, nadat zy van Horeb vertrokken, of eerst, of volkomen, uitgevoerd heeft. (V)

Zy waren nu, na dit begin der Wetgeving, in de nabyheid van Horeb gekomen, waar dezelve vervolgd zou worden. Van dien berg, verkondigde God hun zyne Wet, ter inrichting van elks zeden, gaf hun ook eenige rechten voor hunnen volksftaat, en inzettingen voor den openbaren, plegtigen Godsdienst, en floot daarover een verbond met hun. (V) Wanneer dit verbond flate]yk ingewyd en bekrachtigd was, gaf Hy Mofes, op den berg, de afteekening van den tabernakel, cn wees hem, hoe de priesters gekleed, geheiligd worden, en hoe zy offeren moesten, opdat het volk, als eene aan God verbondene natie, een leerzaam en troostryk teeken van Gods inwoniflg onder hen zou hebben. Dit alles wierd wel te niete gemaakt, door 'svolks zonde met het gouden kalf: maar, wanneer God hun, op Mofes voorbede, welke gepaard ging met de vernedering van het volk zelve, genadiglyk vergaf,wierd alles weder herfteld, en het werk van den tabernakelbouw, met yver en lust, begonnen en voltooid. God had aan Mofes gezegd, dat Hy, by de arke, tot hem zou komen, met hem fpreken, en, van boven het verzoendekzel af, van tusfehen de twee Cheru-

birn,

Cd) Deut. 1: 16—19. (Jr) Exod. xix—xxiv.

B5

Sluiten