is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerbare proefkusjes van vaderlandsch naïf, in de Arkadische vrijerijen van Dichtlief en Gloorroos.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48 DICHTLIEF i„

DERDE ONTMOETING.

morgenftortd naderde onder tusfehen: op de vaale vleugelen van den Nacht zag men aireede eenen flaauwen weêrfchijn van Aurora's fluijer ; 't karakietje zong nog in het riet; de pimpelmeesjes en de vinkjes, nu in hunnen doortogt, piepten in het geboomte , en fchaarden hunne benden; het veldhoen kraaide zijne jongen bij een, of verfchool zich, op de nadering van Vinkert , die voor dag en daauw, om krikken in de koppelen uit te zetten, was opgekaan. De Herders en Herderinnen , met de andere feestrijen , fcheidden van een, en gingen elk hun's weegs: de verliefden , met hunne liefkentjes op zij, gingen wat aan een zijde , en verkoozen de eenzaamheid; de Maagden die noch niet verzegd waaren aan eenen vrijer , fchoolden bij een , naar de zinnelijkheid van de fpeelnootjes ; anderen gingen paar aan paar door de dreeven , en zongen beurtgezangen in Faramonds Bosfchaadjen; deze koozen den weg naar oud Roomburg, en maakten een kransje in het klaver-