is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerbare proefkusjes van vaderlandsch naïf, in de Arkadische vrijerijen van Dichtlief en Gloorroos.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GLOORROOS. 'ipj

ven en buiten haar alle gezelfchap hem onaangenaam. — Evenwel lokte deze fchoone winterdag hem uit ; want liefde zoekt ook wel eens lavei; en de lange winterfche avonden, hoe zeer tot vrijen gefchikt, veroorzaken ook lust tot een forfchen ademtogt. De vlugge gloorroos en de rappe dichtlief waren ook zeker niet tot zitten gefchapen: in de reijen waren hunne huppelende voedzoolen radder dan een duinmeisje dat de Lampreitjes naarjaagt ; cn de zwaai van dicht liefs dans was juister, bij'de feestelingen, dan diender fierlijke Dof•fers , welke al dragende op den duiventil , door 't midden der klapwiekende duifjes zwieren. In.de kunst, om op ijzeren fchenkels al glijdende over 't verhard ftroomcristal te zweeven , was dichtlief Meesterlijk bedreven. Zijn vriend taalrijk even rad als hij , had al ten ijs geweest en kwam dichtlief tot een ijspartijtje nodigén : zijne alwaardij had alrcde nieuwe linten aan de fchoverlingen van haar beminde geftrikt , en zij beiden maakten zich klaar, om ingeval gloorroos mede ging , haar kunst te beproeven. dichtlief, die het aan zijn meisje noch niet had durven voorllaan , uit vrees dat het haar mishaagen mogte , aarzelde ; doch

taal-