is toegevoegd aan je favorieten.

Eerbare proefkusjes van vaderlandsch naïf, in de Arkadische vrijerijen van Dichtlief en Gloorroos.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GLOORROOS. 289

de hoop , de liefde trokze zelve aan, eïi tilde de flappe en doodlijk verkleumde ar* men op, om ze in de mouwgreepen toch voorzichtig in te fchuiven, en dat roerloos onvermogen van de bezwijmde , maakte de zielen van de helpfters fchier zo bezwijmd als de lijderesfe zelve. Alwaardij cn lelijane, ondanks de aandoening* tuurden onophoudelijk, al fcbreijende en hikkende , of gloorroos niet wat bekwam. —— Zij zagen leven, toen gloor*roos, als uit eenen diepen flaap ontwaakende, een zwaare zucht gaf, en met die zucht een fitfki - Ach ! gilden de Meisjes uit* zij fterft! — zie daar*.... de laatftc fnik. -—

Zij fterft, — zij gaat heen. Zus, zus,

vriendinnen, bedaart, zij fterft niet: zeide zorglief , en met eenen wierp de goede vrouw zich op gloorroos ne* der, en drukte haaren mond op de beitorven lippen. Zij ademde zachtjes haaren warmen adem in den mond der benaauwde Herderin; en uit- en - inademende, vervolgde zij met de beweging der natuurlijke ademing. Naauwlijks had de vrouw dit verricht, en de boezem van gloorroos met haar warme hand tot onder de oxelen gevreven , of de benaauwde gaf eenen fchreeuw. —•De ftrakgefpannen oogenleden , die in een T drenk-