Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 23 >

DE OSSEN.

Vredig, vrolijk en vernoegd,

Graasden osfen in een weide; De eendragt was bij hun volmaakt,

Niets dat hunne vreugde fcheidde: Kwam 'er eenig roofdier aan ,

De osfen wisten zich te wecren, Door , in een gedooten kring,

Hun de hoornen toe te keeren, En geen roofdier dorst beftaan, Op deze osfen af te gaan.

^ # Dan ik weet niet wat verfchil

Deed der osfen eendragt kwijnen, De onderlinge eenftemmigheid

Za» men uit hun land verdwijnen;

B 4 DlB'

Sluiten