Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DÉ FRANS C H E OMWENTELING. 519,

"Uitgave van de eeuw der reden, met den naam van boekwinkel en uitgeever. Ik twijffel niet of zijn geest zal een hooger vlucht neemen en wij kunnen van hem verwachten dat hij de mijn zal aanfieeken „ met welke hij de gosdienftige itt« „ (tellingen van zijn dom en flaafsch geboorte„ land wilde doen fpringen." Vrede zij met hem. Maar het fmert mij, dat hij eenige van zijne vrienden en aanhangers bij ons heeft agtergelaaten, die in de geweldigfte en onbetaam» lijkfte uitdrukkingen tegen alle nationaale godsdienftige initellingen uitvaaren, en met weinig achting fpreeken van die inftellingen, welke eenige bevoorrechte orders handhaven. Het veelvuldig uitweiden over zoodanige onderwerpen vermeerdert het misnoegen van het min ge* ïukkig gedeelte des menschdoms, dat natuurlijk de voordeden, welke niet uit perfoonlijke verdienlten van den bezitter ontftaan, benijd, offchoon die de natuurlijke en noodwendige vruchten zijn van de verdienden zijner voorouders en van de billijkheid en veiligheid onzer gelukkige conftitutie. Niemand, die eenige ken* nis heeft, kan ontkennen dat aan de zuivere religie het grootfte nadeel wierdt toegebragt toert Conftantinus het christendom voor de rijksgodsdienst verklaarde, en de kerk in het bezit ftel-» de van alle de fchatten der heidenfche priesters. Dan het is ten eenemaal bezijden de waarheid dat dit de eenige bron van het bederf in het christendom zijn zoude. Die flechts in

het

Sluiten