is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe weereldt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Driehonderd Vijftigste Brief. 113

der ftad. Ik zal mij dan vergenoegen met u aentewijzen wat ik merkwaerdigst in de voor-' naemften dezer gebouwen gevonden heb. Ik begin met de hoofdkerk, toegewijdaenden heiligen Januarius, den eerften befchermer van de ftad en het koningkrijk.

De kerk heeft voor zich een kleen plein, waerop men eene naeldzuil heeft opgericht , boven welken een groot flandbeeld van St. Januarius praelt. Het ligehaem van deze naeldzuil is van marmer; de fieraedjen, als de lijsten > festoenen, kranfen, kleene figuren, en zelf het flandbeeld, zijn van metael, en niet fpaerzaem bewerkt. De Napölitanen hebben veel liefde voor diergelijke gedenkftukken; waeraenzij den naem van Aguglla of naeld geven. Wanneer zij 'ervan fpreken, verzuimen zij nimmer, gelijk ook van alles , dat volgens hunnen fmaek bearbeid is, te zeggen: dat het unacofa firavagantemente lavorata is. Maer inderdaed hebben deze fpitszuilen nergens in eenige gelijkheid met die van Rome, zoo eenvouwig en fchoon van gedaente, en zijn niet merkwaerdig dan om de grilligheid van hare famenftellinge. Een Jezuit, zeer bekend in deze ftad, en Vader Pepe geheten, heeft 'er korts eene voor de kerk van het Jezuitenhuis doen oprichten, ter eere van de Ontvangenis der heilige Maegd. Zij is nog meer met fieraedjen, dan alle de anderen belast, maer misfchien van een' flechten fmaek. Het feest der Heiligen, wien deze gedenkftukkenzijn toegewijd , is plegtig , gedurende verfcheiden a-

XXVIL Deeh H vonden.