Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 AMSTERDAMS III.Deel.

1740.

een natuurlyke Zoon van den Keizer van China geweest te zyn. Hy hadt naar de Kroon van dat Ryk geftaan; maar, in zynen aanflag, kwalyk gedaagd zynde , de vlugt moeten neemen, aan boord van eene der Jonken, welke, in het voorgaande jaar, uit China gekoomen waren. Eene te gunftige gelegenheid fcheen hem het misnoegen der Chineezen te Batavia aan te bieden, om dien kans te laaten voorbygaan. De aanbieding van zynen dienst werdt met blydfchap aangenomen ; en het denkbeeld van de Koninklyke magt, die daar van de prys zyn moest, kittelde te zeer zyne heerschzugt , om zig van den goeden uitflag niet verzekerd te houden.

Deeze banneling , die zig Tajouvan Soy Ocy noemde, voerde het bevel over eene talryke bende weerfpannelingen, in het Hoogland, Hy hieldt van daar geheim verltand, met die van de Stad en de omliggende Dorpen, wier getal byna dertigduizend man beliep. Door brieven moedigde hy Kapitein Toalang en anderen aan, onder valfche voorgeevens van verdrukking, door welke hy hunnen lust tot moord en brandftigting zogt gaande te maaken. Tot de uitvoering van hun yslyk ontwerp werdt bepaald de negende van October, zynde de Feestdag van eenen hunner voornaamiïe Afgoden. Reeds op den zesentwintigflen der voorige maand, hadden vier Chineezen, met naame Limtjouko, Ocy Tycko, Oyet-Somko, en Khnouw Tjinko, of Khou Tyfing fangy de Regeering verwittigd,dat

hun-

Sluiten