is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Driehonderd Negenenzeventigste Brief. 97

is lomer toevallig, en een onmidlijk gunstbewijs van den medelijdenden Hemel. De Keizer vergat niet flegts den hoon, hem door Romen toegevoegd, maar zelve; hield hij Paus Gregorius den vierden in onmaatige eere, en volgde ftiptlijk deszelfs raadgeevingen.

Terwijl de godvrugt van Lodewijk dus de handen vol werk had, vergat, of liever verwaarloosde hij, om zijne onderdaanen van de ftrooperijen en overlast der Noormannen te bevrijden; wier roofzugt alomme ongeflraft te werk ging.

Door de handelingen der Keizerin, werden de voorkinderen van Lodewijk, in de Rijksepvolging, zeer benadeeld. Dit bragt 1 het bloed op nieuw aan 't gisten. De toegeeflijkfle Vorst en Vader zag andermaal door zijne zoonen zig aangevallen! Dit veroorzaakte hem een doodlijk hartzeer. Het geval wilde, dat er juist in dien tijd een Zon-eklips voorviel. De bijgeloovige Vorst, dit voor een kwaad voorteeken neemende, fchrikte en blies den geest uit in 840.

- Denk niet, Mevrouw! Dat een afkeer tegen de Geestlijken mij al te verre vervoert! Hoor wat er uw geliefden fchrijver Millot van zegt, en onthoud u van alle verdenking tegen mij.

„ Lodewijk de Godvrugtige, zegt de fchrandere Abt; bevond maar al'te wel, hoe, in zijnen tijd, de veiligheid der Vorsten van de onderwerping aan de Geestlijkheid afhing.. De Geestlijkheid was te jammerlijk bedorven; want Edelen, die door gebrek aan bekwaamXXIX, Deel. G ' hee-