is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe reisiger; of Beschryving van de oude en nieuwe waerelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»3* De Nieuwe Reiziger.

mijner Landgenooten; die hen ten minden tot den rang van halve goden verheffen, en zelf in de Vorstlijke misdagen en gebreken (toffe tot roem poogen te zoeken. Ik weet echter, dat ik mij, voor uwe vierfchaar geoordeeld wordende, niet fchuldig zal be° vinden aan het fchenden van den verfchuldigden eerbied aan de hooge magten over ons gelteld. Is er in den loop der gebeurte. nisfen van Vrankrijk veel, dat deszelfs hoogde beduurders tot oneer verdrekt; de fchande daarvan kome op hen, die zig vergreepen en niet op den gefchiedboeker. Wij hebben ge. tragt rechtvaardig te oordeelen en zo wel den grooten als den gemeenen een les te geeven, omdat de gefchiedenis toont, dac de eerden ruim zo zeer als de laatden onderrigdng behoeven. Deeze les deunt op de waarheid der gefchiedenis; en hij die ze verwerpt, moet voorzeker bezig zijn om de volgende gefchiedfchrijvers dof tot treurige verhaalen te bezorgen.

Dit is genoeg voor u, Mevrouw! Ik zal niet veele woorden bezigen, om u van mijne hoogachting en geneegenheid te verzekeren. Gij zijt er ten vollen van overtuigd. Leeft gelukkig en gezegend, en verwaardig mij dik» wils met uwe aangenaame brieven.

Ik ben, enz.

Marfeille den i Januarij, 1762.

EINDE.

AAN-